‘Gooi jullie spullen maar op de tegels,....’

...’ik zag jullie over de muur komen. Waarom hebben jullie niet de omleiding genomen? Je had er wel weggespoeld kunnen worden.’

Het was bloedheet in het huis, met de stapel druipend plastic werd de kamer al snel een sauna. Het was geen gewoon woonhuis, maar een kleine winkel. Ze ging ons voor naar wat de zitkamer zou zijn geweest, maar nu een piepkleine theesalon was. Hoe kregen we het toch voor elkaar om telkens in een tearoom terecht te komen, alsof er achter elke deur iemand klaarstond met een theepot en een kassa, en elk vriendelijk gebaar zeker 4,20 pond kostte? De regen sloeg tegen het raam; zelfs de meeuwen hadden een rotsblok gevonden om zich achter te verschuilen, dus namen we de thee aan. 

 

Uit: ‘Het Zoutpad’ (2019)

Auteur: Raynor Winn

‘There is a cold space...’

..on the left of the bed, where the warm imprint of Mark’s body should be. I didn’t chase after him when he left last night. Instead I sat on the sofa with my arms crossed and the TV still on pause and reran the argument in my head. How had we gone from me asking him to have a word with Jake to me implying that he was responsible for Billy going missing? Because he’d gone straight on the offensive, bringing up my failed sessions with the counsellor and implying that I didn’t know what I was talking about. I hadn’t even mentioned getting counselling-just that he should talk to his son. What was so wrong with that?
I rehearsed what I'd say when Mark came back from the pub. I  had it all word perfect. Only he didn't come back. There was a space in the street outside the house, where his silver Ford Focus had been parked.

 

Uit: ‘The Missing’ (2016)

Auteur: C.L. Taylor

 

‘Hij stapte de tegelvloer van de keuken op...’

...met de bedoeling een blikje kaviaar te openen dat hij , met het doodsbange gezicht van Frank Helmond nog op zijn netvlies, rustig wilde nuttigen. Precies die tegelvloer was de achilleshiel van de huihoudelijke hulp. Als Thelma die inspecteerde, eindigde het altijd met een uitbrander, en hoeveel moeite de hulp ook deed, ze kon Thelma nooit tevreden stellen. Wie kon dat trouwens wel?

Daarom was het zo helder als glas dat er iets mis was. Hij staarde naar het schaakbordpatroon op de vloer en ontdekte toen de schoenafdrukken. Het waren geen grote schoenen, maar ook niet zo klein als die van een kind. Vieze afdrukken. Ditlev spitste zijn lippen. Stond eventjes stil met al zijn zintuigen tot het uiterste gealarmeerd, maar hij voelde niets. Geur noch geluid. Toen schoof hij opzij naar het grootste Misono-mes.

 

Uit: ‘De Fazantenmoordenaars’ (2012)

Auteur: Jussi Adler-Olsen

‘To begin with....’

...the room was not large enough for two, it looked out on a small courtyard malevolently pressed,  encroaching day by day, as though it had confused itself with a jungle. We, or rather Giovanni, kept the windows closed most of the time; he had never bought any curtains, neither did we buy any while I was in the room; to ensure privacy, Giovanni had obscured the window panes with a heavy, white cleaning polish. We sometimes heard children playing outside our window, sometimes stranges shapes loomed against it. At such moments, Giovanni, working in the room, or lying in the bed, would stiffen like a hunting dog  and remain perfectly silent until whatever seemed to threaten our safety had moved away.
 
Uit: ‘Giovanni’s Room’ (1957)
Auteur: James Baldwin
 
 
 

‘Ik duw de deur...’

...naar de slaapzaal wat verder open en verken de ruimte. De refugio Lits de Saint-Jacques ligt aan een smal straatje met hoge vakwerkhuizen en is gevestigd in een voormalige militaire paardenstal. Het interieur is modern en functioneel, maar je ziet nog wel wat historische details, zoals de kleine ramen en de natuurstenen muren. Alles oogt brandschoon en de ruimte is gelukkig koel. Er staan zes stalen stapelbedden. Ik sjok met mijn linnengoed naar de hoek links, waar nog één onopgemaakte slaapplaats is. Mijn bed is onder en staat pal tegen een muur. Het is een knus plekje
Over een gebroken nacht vanwege een mannelijke snurker hoef ik mij gelukkig geen zorgen te maken, want dit is geen gemengde refugio.
 
Uit: ‘De Camino’ (2021)
Auteur: Anya Niewierra
 
 

‘In de salon...’

...staan en zitten een stuk of vijftien mensen in kleine groepjes. Ze zijn anders dan de rijke mensen die ze kent van haar werk bij de golfclub. Dat zijn over het algemeen oudere mannen en vrouwen die kaarsrecht op een stoel zitten in hun stijve, deftige kleding.
De mensen hier liggen languit in hun pyjama of nachtjapon. Ze lijken niet van plan om zich binnen afzienbare tijd om te kleden. Twee van de vrouwen dragen zijden nachthemden, waaronder Judy duidelijk de omtrek van hun borsten kan zien. Twee jonge meisjes-bedienden- lopen stilletjes rond om de sporen van een feestje op te ruimen.
Judy kijkt naar haar notitieboekje, doet alsof ze druk bezig is, verzamelt moed om de eerste persoon aan te spreken.
 
Uit: ‘De Stem uit het Bos’ (2024)
Auteur: Liz Moore
 

'Muren van sagopalmbladeren...'

"Ons gat werd afgeschermd door muren van sagopalmbladeren; het uitzicht op de hemel werd door niets belemmerd. Vooral 's nachts was het een paradijs voor natuurliefhebbers. Een in der haast gekochte zaklantaarn bracht uitkomst. Wanneer ik tussen de sagobladeren scheen, werden gonzende vleugeltjes en glinsterende oogjes zichtbaar. Ik zag wolken vliegjes en muskieten, een smakelijke buit voor die verrukkelijke, spreidvoetige doorzichtige hagedisjes die in het Indonesisch tjitjak-tjitjak worden genoemd vanwege het tjilpende vogelgeluid dat ze maken. Er is een oosters gezegde dat voor een gast die tegen tjitjaks begint te praten, de tijd gekomen is naar huis te keren."

Uit: ‘Ambon’ (1979)

Auteur: Shirley Deane

'De tuin van het Luxembourg..'

"Het was een grote, hoge kamer met twee ramen, eigenlijk deuren naar het balkon. Ze dacht erover op te staan en van het uitzicht over de tuin van het Luxembourg te gaan genieten, waar ze een vluchtige blik op geworpen had, toen ze achter de butler aan liep, die haar alles uitgelegd had, net zoals, na je koffer op je kamer te hebben neergezet, hotelknechts doen, hoofdzakelijk om je de tijd te geven een fooi voor de dag te halen. Daarvoor had deze butler dit niet gedaan; overigens leek het precies of ze in een buitengewoon luxueus hotel terecht was gekomen."

Uit: Au Pair’ (1996)

Auteur: Willem Frederik Hermans

'`Ontvangst van de gasten...'

"Gastheer en gastvrouw behoren gereed te zijn vòòr de komst van de eerste gast. Het is zeer onheus als de vrouw des huizes pas verschijnt wanneer haar gasten al aanwezig zijn. Zij hoort hen tegemoet te gaan zodra deze de salon (kamer) binnenkomen en soms zelfs hen in de antichambre (gang of hal) te begroeten, met een vriendelijk woord voor  ieder als bewijs dat het haar plezier doet hen te mogen ontvangen. Dit wel kort, om de andere gasten niet te lang alleen te laten. Wanneer deze bloemen hebben gestuurd of bonbons meegenomen, bedankt de gastvrouw hen vriendelijk maar onopvallend, om de gasten die met lege handen zijn gekomen niet in verlegenheid te brengen.

Uit: Savoir Vivre'- De kunst het leven te verleiden'  (1991)

Auteur: Nadine de Rothschild

Interieurs in boeken

'Een helverlichte kleine keuken..'

“..Ik volgde Grace naar een helverlichte kleine keuken, die geheel in de jarenvijftigstijl was ingericht, met de gele muren en zwart-wit geblokte zeil. Grace gebaarde naar de tafel, die afgeronde hoeken had, en een blad van rood formica.

Nadat ik was gaan zitten, trok ze de gordijnen dicht; er stonden Picasso-achtige abstracte motieven op. Ze haalde een fles melk uit de bollende, roze koelkast en goot een flinke scheut in een blauw steelpannetje.“

 

Uit: ‘Ik kom hier nog op terug’ (2023)

Auteur: Rob van Essen


 

'Daardoor ziet het er veel vrolijker uit...'

“Dat is de eerste verdieping. Ons kamertje was met die strakke muren tot nu toe erg kaal; dank zij mijn vader, die mijn hele filmsterrenverzameling en mijn prentbriefkaarten van tevoren al meegenomen had, heb ik, na met een lijmpot en kwast de hele muur bestreken te hebben, van de kamer één plaatje gemaakt. Daardoor ziet het er veel vrolijker uit en als de Van Daans komen, zullen we met het hout dat op zolder staat wel wat muurkastjes en andere aardige prullen maken....”

 

Uit: ‘Het Achterhuis’ (1942)

Auteur: Anne Frank


'Deze bladen eens worden gelezen...' 

"..ben ik lang tot stof vergaan en hebben lief en leed geen invloed meer op mij. Mijn leven was een kleine schakel in de groote ketting van het ’t heelal. Wat ik deed heb ik volgens pligt en geweten gedaan onder opzien tot God. Zijn oneindige liefde is mij steeds nabij geweest.......dankbaar de vele zegeningen die ik genoot en ga als mijn stervens uur daar is, vol van vertrouwen tot mijn hemelsche vader die het mij nog nooit van iets heeft laten ontbreken. P.M. Le Fèvre de Montigny, geb: Bisdom v. Vliet"

 
Uit: Dagboek P.M.  Bisdom v. Vliet (1882)

Auteur: Paulina Bisdom van Vliet