Interieurs in boeken

Wanneer ik een boek lees, met name romans waarin de hoofdpersonen zich in een interieur bevinden, vormt zich automatisch een beeld in mijn hoofd. Dat beeld is gebaseerd op de beschrijving, maar ook op mijn eigen referentiekader: eerdere ervaringen, voorkeuren, herinneringen. Iedereen doet dit — maar ieder op zijn eigen manier. Dit is voor mij steeds weer opnieuw een soort oefening om een geschreven indruk van een bepaald interieur te vergelijken met fotografische of getekende beelden die daarbij getoond worden of later met beelden die ik daar zelf bij heb samengesteld.
Toch valt het me telkens weer op: het beeld dat ík vorm, wijkt altijd af van dat van een ander. En als het boek later een foto toont van de ruimte waarover ik gelezen heb, blijkt die zelden overeen te komen met mijn voorstelling.
Dit onderstreept iets essentieels: onze interpretatie van ruimtes is persoonlijk. Ze ontstaat niet alleen uit woorden of beelden, maar ook uit gevoel, context en geheugen.